Naar de inhoud
Bèta

Psalmen 108

Dit hoofdstuk hoort bij: Boek V

1Een lied, een psalm van David. O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen, ook mijn eer. 2Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken. 3Ik zal U loven onder de volken, o HEERE! en ik zal U psalmzingen onder de natien. 4Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken. 5Verhef U, o God! boven de hemelen, en Uw eer over de ganse aarde. 6Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons. 7God heeft gesproken in Zijn heiligdom, dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten. 8Gilead is mijn, Manasse is mijn, en Efraim is de sterkte mijns hoofds; Juda is mijn wetgever. 9Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen. 10Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom? 11Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten? 12Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid. 13In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden.

Versnummers volgen de gekozen vertaling en kunnen in enkele hoofdstukken met één vers verschillen.

Statenvertaling (1637) · World English Bible (2000) · Bronnen en licenties

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.