Naar de inhoud
Bèta

Psalmen 3

Dit hoofdstuk hoort bij: Boek I

1Een psalm van David, als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom. O HEERE! hoe zijn mijn tegenpartijders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op. 2Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela. 3Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft. 4Ik riep met mijn stem tot den HEERE, en Hij verhoorde mij van den berg Zijner heiligheid. Sela. 5Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij. 6Ik zal niet vrezen voor tienduizenden des volks, die zich rondom tegen mij zetten. 7Sta op, HEERE, verlos mij, mijn God; want Gij hebt al mijn vijanden op het kinnebakken geslagen; de tanden der goddelozen hebt Gij verbroken. 8Het heil is des HEEREN; Uw zegen is over Uw volk. Sela.

Versnummers volgen de gekozen vertaling en kunnen in enkele hoofdstukken met één vers verschillen.

Statenvertaling (1637) · World English Bible (2000) · Bronnen en licenties

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.