1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken. Haast U, o God, om mij te verlossen, o HEERE, tot mijn hulp. 2Laat hen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad. 3Laat hen terugkeren tot loon hunner beschaming, die daar zeggen: Ha, ha! 4Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: God zij groot gemaakt! 5Doch ik ben ellendig en nooddruftig; o God, haast U tot mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; HEERE, vertoef niet!
1Hurry, God, to deliver me. Come quickly to help me, Yahweh. 2Let them be disappointed and confounded who seek my soul. Let those who desire my ruin be turned back in disgrace. 3Let them be turned because of their shame Who say, “Aha! Aha!” 4Let all those who seek you rejoice and be glad in you. Let those who love your salvation continually say, “Let God be exalted!” 5But I am poor and needy. Come to me quickly, God. You are my help and my deliverer. Yahweh, don’t delay.
Druk op Enter om dit vers te markeren, er een notitie bij te schrijven of het te kopiëren. De pijltjes gaan naar het volgende vers.
Versnummers volgen de gekozen vertaling en kunnen in enkele hoofdstukken met één vers verschillen.
Statenvertaling (1637) · World English Bible (2000) · Bronnen en licenties